User Tools

Site Tools


handleiding_nieuw:sub_kengetallenbeelden

Beeldenbank stedelijke dichtheden

Referentiewijken met gemeten dichtheid: FSI (bouwintensiteit), GSI (bebouwingsgraad), OSR en bouwlagen. Nederlandse referenties zijn gemeten uit BAG, 3D BAG en BGT; buitenlandse uit OpenStreetMap. De dichtheid geldt voor het weefsel: de bouwblokken met hun straten, zonder groot water en grote parken, zodat een havenwijk en een binnenstadswijk eerlijk te vergelijken zijn. Per wijk staan ook het hele gebied (wijk) en de bouwblokken zelf (eiland), het grondgebruik, de functiemenging (MXI) en het aandeel grondgebonden woningen. Klik een stip of kaart om naar de wijk te gaan, of filter op dichtheid, woonmilieu en familie.

Bijgewerkt 13-10-2026 · · Kengetallen per dichtheid in tabellen →

Hoe hangt de beeldenbank samen met de Verkenner?

De beeldenbank is de gemeten praktijk achter de Sumsonite Verkenner. Elke gepubliceerde referentie wordt overal gebruikt:

  1. Beeldenbank (deze pagina) — referentiewijken met hun gemeten dichtheid, grondgebruik en beelden. Met de FSI-meettool reken je zelf een wijk na.
  2. Programma — je invoer wordt vergeleken met de referenties in de database; bij een afwijking zie je waar het knelt en welke wijken erop lijken.
  3. Ontwerp — de Verkenner tekent een eerste verkaveling met een stempel uit een van de vijf families. De gemeten referenties geven aan of het plan bij die stempel past en welke wijken erop lijken.

Alleen gepubliceerde referenties tellen mee. Elke nieuwe wijk maakt de vergelijking en de stempels scherper.

–
–

Overzicht

Referentieprojecten

Battersea Power Station Londen

Hoogstedelijkfamilie 22013–2022UK
↑
FSI
4,91
GSI
0,40
OSR
0,12
Bouwlagen
12,2
MXI
0,50
Gebied
10,8 ha
Stempel
Superblokken met binnenhof

De herontwikkeling op de zuidoever van de Theems is opgebouwd rond de krachtcentrale die tussen 1929 en 1955 werd gebouwd naar ontwerp van J. Theo Halliday en Giles Gilbert Scott en nu een Grade II*-monument is. Het masterplan van Rafael Viñoly uit 2008 plaatst het monument centraal en verbindt het via drie hoofdstraten met de zuidrand van het terrein. Vanaf 2013 werkt de ontwikkelaar, eigendom van de Maleisische partijen S P Setia, Sime Darby Property en het Employees Provident Fund, het plan fasegewijs uit met per fase andere architecten: SimpsonHaugh en dRMM voor Circus West Village (2017), WilkinsonEyre voor de transformatie van de centrale tot gemengd gebouw met de Londense campus van Apple, winkels en woningen (geopend in 2022), en Foster + Partners en Gehry Partners voor Electric Boulevard. Grote woon- en kantoorblokken en hoogbouw omringen het bakstenen monument, met Gehry's gedraaide gevels van Prospect Place als uitgesproken contrast.

Electric Boulevard is een voetgangersstraat met winkels in de plint die het metrostation verbindt met de centrale en uitkomt op Malaysia Square, een getrapt plein van BIG. Aan de rivier ligt Power Station Park, waarop het geplande Nine Elms Park moet aansluiten. Sinds 2021 eindigt de verlengde Northern Line hier. Studio Egret West werkt de resterende fasen uit tot een doorwaadbaarder plan. De ontwerples: een monument als ruimtelijk anker, een heldere as van station naar bestemming en wisselende architecten binnen beeldkwaliteitsregels geven een zeer dicht stadsdeel herkenbaarheid, mits hoogwaardig openbaar vervoer gelijk oploopt met de bouw.

Kengetallen: OpenStreetMap, gemeten 12-10-2026 · plangebied 10,8 ha · Kaart: © OpenStreetMap-bijdragers (ODbL) · Foto's: Pascal Sijstermans

Shoreditch Londen

UK
↑
FSI
2,17
GSI
0,54
OSR
0,21
Bouwlagen
4,0
Stempel
Fijnmazig historisch stedelijk weefsel

Het Londense Shoreditch beslaat een terrein van 11,6 hectare en kent een uitgesproken gemengd stedelijk karakter. Met een FSI van 2,17, een GSI van 0,54 en een gemiddelde bouwhoogte van 4 lagen is het een compact en hoogstedelijk gebied. In totaal is er 251.707 m² bruto vloeroppervlak gerealiseerd, waarvan 105.217 m² wonen en 146.489 m² niet-wonen. Dit komt neer op circa 1.315 woningen in totaal. De verhouding tussen bebouwing en open ruimte wordt weergegeven door een OSR van 0,21, wat wijst op een redelijke hoeveelheid publieke en semipublieke ruimte.

De stedenbouwkundige structuur wordt gevormd door een fijnmazig stratenpatroon met smalle doorgangen, pleinen en historische bebouwing in baksteen. Deze is in de afgelopen decennia aangevuld met moderne architectuur, waaronder creatieve werkruimten, kantoorcomplexen en enkele markante hoogbouw bij Old Street. De levendige mix van wonen, horeca en kantoren weerspiegelt de transformatie van een voormalig industriegebied naar een hotspot voor de creatieve economie.

Het gebied kent een dynamisch contrast tussen erfgoed en nieuwe architectuur, waarbij pakhuizen en fabrieksgebouwen zijn herbestemd tot culturele en commerciële functies. De openbare ruimte is kleinschalig, maar intensief gebruikt en draagt bij aan het karakter van een stedelijk milieu dat 24 uur per dag in beweging is. Door de nabijheid van Liverpool Street en Old Street station is de wijk uitstekend verbonden met de rest van Londen.

Kengetallen: eerdere meting (herkomst onbekend) · Kaart: © OpenStreetMap-bijdragers (ODbL) · Foto's: Pascal Sijstermans

Njalsgade East Kopenhagen

DK
↑
FSI
3,07
GSI
0,33
OSR
0,22
Bouwlagen
9,2
Stempel
Gesloten blokken met hoogteaccenten (OSM onvolledig)

Njalsgade Oost in Kopenhagen beslaat een terrein van 3,7 hectare en is een voorbeeld van hoogstedelijke woningbouw langs de waterkant. Met een FSI van 3,07, een GSI van 0,33 en een gemiddelde bouwhoogte van 9,2 lagen is sprake van een intensief bebouwd woonmilieu. Het gebied omvat 113.012 m² bruto vloeroppervlak, volledig ingevuld met wonen. Dit komt neer op circa 1.190 woningen in totaal. De verhouding tussen bebouwing en open ruimte (OSR 0,22) wijst op een redelijke hoeveelheid publieke en semipublieke ruimte.

De stedenbouwkundige structuur bestaat uit gesloten bouwblokken en hoogbouwaccenten die het silhouet langs de Njalsgade markeren. De architectuur kenmerkt zich door een mix van robuuste stedelijke volumes en lichte gevels met balkons, gericht op het creëren van een levendige woonomgeving. Doordat het programma volledig woongericht is, vormt het gebied een uitgesproken woonenclave, met nadruk op stedelijk wonen in hoge dichtheid.

De openbare ruimte wordt ingericht met binnentuinen, speelplekken en fietsverbindingen die aansluiten op het fijnmazige netwerk van Amager. Het autoverkeer wordt teruggedrongen ten gunste van fiets en voetganger, passend bij de Deense traditie van duurzame mobiliteit. De ligging nabij metro en water versterkt de aantrekkingskracht van dit woongebied.

Kengetallen: eerdere meting (herkomst onbekend) · Kaart: © OpenStreetMap-bijdragers (ODbL) · Foto's: Pascal Sijstermans

Groenoord Schiedam

↑
FSI
0,73wijk 0,68 · eiland 4,05
GSI
0,14wijk 0,13 · eiland 0,77
OSR
1,18
Bouwlagen
5,3
Woningen/ha
58wijk 54
Grondgebonden
7%331 EGW · 4469 MGW
MXI
0,07incl. parkeren 0,09 · onderwijs 21% · winkel 15%
Uitgeefbaar
17%
Netwerk
82%
Gebied
88,9 ha
bebouwd 13%erf en tuin 4%verhard 38%groen 40%water 5%

straatprofiel h/b 0,37 (gevel–gevel 26 m) · tuin/hof 41 m · korrel 32 panden/ha · hoogtevariatie 0,58 · groen 75 m²/woning

Groenoord in Schiedam beslaat een terrein van 83,3 hectare met een bruto vloeroppervlak van 778.276 m². Het vloerindexcijfer (FSI) bedraagt 0,93 en de gebiedsdekking (GSI) 0,14, met een gemiddelde bouwhoogte van 6,8 lagen. In totaal is er 701.320 m² wonen en 76.956 m² niet-wonen gerealiseerd. Dit komt neer op een indicatief woningprogramma van circa 7.382 woningen bij een gemiddelde van 95 m² BVO per woning. De verhouding tussen open ruimte en bebouwing (OSR) ligt hoog op 0,92, wat de ruime aanwezigheid van publieke en semipublieke buitenruimten onderstreept.

De wijk is opgezet volgens de wederopbouwprincipes van de jaren ’60, met lange strokenbouw en galerijflats die parallel aan elkaar staan. De architectuur is functioneel en rationeel, met veel herhaling en beperkte variatie in gevelbeelden. Ingrepen in het openbaar domein bestaan uit brede groenstroken, buurtpleinen en parkeervoorzieningen die vaak op maaiveldniveau aanwezig zijn. De lage GSI illustreert de open verkavelingsstructuur waarin bebouwing relatief veel ruimte laat voor infrastructuur en groen.

Groenoord kent een duidelijke scheiding tussen wonen en voorzieningen, waarbij kleinschalige niet-woonfuncties voornamelijk op wijkniveau zijn gesitueerd. De wijk profiteert van een ruime hoeveelheid openbaar groen, maar mist de stedelijke dichtheid en functiemenging die in meer centrumgerichte gebieden voorkomt. Het gebied vormt een interessant voorbeeld van suburbane verdichting met behoud van een open en groen karakter.

Kengetallen: BAG en 3D BAG v2023.10.08, gemeten 12-10-2026 · plangebied 88,9 ha · Luchtfoto: PDOK / Beeldmateriaal Nederland (CC BY 4.0) · Foto's: Pascal Sijstermans

Getsewoud Noord Nieuw-Vennep

familie 1
↑
FSI
0,44wijk 0,42 · eiland 0,88
GSI
0,18wijk 0,17 · eiland 0,35
OSR
1,88
Bouwlagen
2,5
Woningen/ha
24wijk 23
Grondgebonden
86%2299 EGW · 376 MGW
MXI
0,04onderwijs 38% · sport 30%
Uitgeefbaar
47%
Netwerk
50%
Gebied
115,6 ha
Stempel
Raster met lanen en singels
bebouwd 17%erf en tuin 31%verhard 26%groen 15%water 7%overig 5%

straatprofiel h/b 0,34 (gevel–gevel 24 m) · tuin/hof 25 m · korrel 44 panden/ha · hoogtevariatie 0,20 · groen 67 m²/woning

Getsewoud Noord in Nieuw-Vennep omvat een gebied van 113,5 hectare met een bruto vloeroppervlak van 1.151.808 m². Het vloerindexcijfer (FSI) bedraagt 1,01 en de gebiedsdekking (GSI) 0,17, met een gemiddelde bouwhoogte van 5,9 lagen. In totaal is er 1.078.350 m² wonen en 73.458 m² niet-wonen gerealiseerd. Dit komt neer op een indicatief woningprogramma van circa 11.351 woningen bij een gemiddelde van 95 m² BVO per woning. De verhouding tussen open ruimte en programma (OSR) ligt op 0,81, waarmee het een relatief ruim opgezet woongebied betreft.

De wijk is ontworpen in de Vinex-periode en kenmerkt zich door een mix van rijwoningen, appartementen en watergebonden bebouwing. De stedenbouwkundige structuur volgt een netwerk van woonerven, singels en groenzones die de verschillende buurten verbinden. Architectonisch overheerst een eigentijdse baksteenarchitectuur met herkenbare gevelritmes en kleinschalige variatie per straat. Voorzieningen zijn kleinschalig geïntegreerd, vaak langs de hoofdontsluitingen, terwijl de woonbuurten zelf een uitgesproken residentieel karakter behouden.

De openbare ruimte wordt gedomineerd door brede straten, waterpartijen en plantsoenen, die samen zorgen voor een hoge leefkwaliteit en duidelijke scheiding tussen verkeer en verblijf. De relatief lage GSI onderstreept de royale verkaveling, terwijl de FSI duidt op een stevige, maar suburbane dichtheid. Getsewoud Noord laat zien hoe grootschalige uitbreidingswijken op programmatisch en ruimtelijk vlak evenwicht zoeken tussen verdichting en woonkwaliteit.

Kengetallen: BAG en 3D BAG v2023.10.08, gemeten 12-10-2026 · plangebied 115,6 ha · Luchtfoto: PDOK / Beeldmateriaal Nederland (CC BY 4.0) · Foto's: Pascal Sijstermans

Tour & Taxis Brussel

Buitencentrumfamilie 22001–2025BE
↑
FSI
0,65
GSI
0,47
OSR
0,82
Bouwlagen
1,4
MXI
0,54
Gebied
22,8 ha
Stempel
Gesloten blokken, fijner

Tour & Taxis is ontstaan als douane- en goederencomplex aan het kanaal. Koning Leopold II opende in 1900 de bouwplaats. Architect Ernest Van Humbeek ontwierp samen met Jules Zone, hoofdingenieur van de Haven van Brussel, het Hôtel des Douanes, het Entrepôt Royal en de Sheds. Deze gebouwen verrezen tussen 1904 en 1907 in een eclectische stijl van baksteen, natuursteen, staal en glas. Het complex, met daarin ook het goederenstation Gare Maritime, werd in 1922 geopend. Sinds 2001 herontwikkelt eigenaar Extensa, het huidige Nextensa, het terrein. Het Entrepôt Royal werd als eerste gerenoveerd en bevat nu kantoren en winkels. De Gare Maritime werd in 2019 door Neutelings Riedijk Architects met Bureau Bouwtechniek omgevormd tot een overdekte stad. Onder de stalen kappen staan nu houten paviljoens langs straten, pleinen en parkjes, terwijl het middenschip open blijft voor evenementen. Het beeld wordt bepaald door monumentale, laaggelegen hallen met een grote footprint.

De openbare ruimte steunt op het park van Bureau Bas Smets, aangelegd op het voormalige spoorterrein en geopend in 2014. Via de oude spoorlijn L28 en Parckfarm verbindt het park de omliggende wijken van Brussel, Molenbeek, Jette en Laken met de kanaalzone. Aan de Parkdreef verrijst de woonwijk Park Lane: appartementengebouwen rond binnenpleinen in een autovrije, groene omgeving, met ondergronds parkeren en tuinen naar ontwerp van Bas Smets. Het masterplan Lake Side van MVRDV voorziet in verdere verdichting langs nieuwe vijvers. Tour & Taxis laat zien hoe een groot industrieel erfgoedensemble de drager kan worden van een gemengd stadsdeel, met een park als verbindend element en de auto onder de grond.

Kengetallen: OpenStreetMap, gemeten 12-10-2026 · plangebied 22,8 ha · Kaart: © OpenStreetMap-bijdragers (ODbL) · Foto's: Pascal Sijstermans

Byfælleden, Ørestad Kopenhagen

Buitencentrumfamilie 2DK
↑
FSI
1,10
GSI
0,25
OSR
0,68
Bouwlagen
4,5
MXI
0,32
Gebied
10,7 ha
Stempel
Gesloten blok van grondgebonden woningen

Ørestad Noord Byfaelleden in Kopenhagen beslaat een gebied van 10,5 hectare, met een bruto vloeroppervlak van 83.673 m². De FSI bedraagt 0,8, de GSI 0,22 en de gemiddelde bouwhoogte 3,7 lagen. De verhouding tussen open ruimte en programma (OSR) ligt op 0,98, wat wijst op een zeer ruimtelijk karakter. In totaal is 65.841 m² bestemd voor wonen en 17.832 m² voor niet-wonen. Dat komt neer op circa 693 woningen bij een gemiddelde van 95 m² BVO per woning.

Het gebied is een uitgesproken voorbeeld van de Deense ‘landschapsstad’-benadering. Tussen de bebouwingsvolumes – vaak lichte, middelhoge blokken met ruime tussenafstanden – domineert het groen: robuuste wadi’s, rietzones, zitranden, wildgrasvelden en nieuwe aanplant vormen een informele, ecologische publieke ruimte. De inrichting stimuleert vertraagd waterbeheer en biodiversiteit. De architectuur is eigentijds, met veel houten gevels, staalaccenten en wisselende blokhoogtes rondom het plein.

De stedenbouw combineert een rastermatige opzet met diagonale groenzones en voetpaden. De royale verkaveling en de lage dichtheid onderstrepen het streven naar een ontspannen, suburbaan leefmilieu met een duurzaam profiel. Ørestad Noord bewijst dat klimaatadaptatie en lage dichtheid goed te verenigen zijn in een stedelijke context.

Kengetallen: OpenStreetMap, gemeten 12-10-2026 · plangebied 10,7 ha · Kaart: © OpenStreetMap-bijdragers (ODbL) · Foto's: Pascal Sijstermans

Dansaert Brussel

BE
↑
FSI
1,43
GSI
0,32
OSR
0,47
Bouwlagen
4,4

Dansaert in Brussel is een stedelijk verdichtingsproject langs het kanaal, met een totale oppervlakte van 3,95 hectare en een bruto vloeroppervlak van 56.557 m². De FSI bedraagt 1,43 en de GSI 0,32, met een gemiddelde bouwhoogte van 4,4 lagen. De OSR ligt op 0,47, wat wijst op een gebalanceerde verhouding tussen bebouwing en open ruimte. In totaal is er 37.596 m² wonen gerealiseerd en 18.961 m² niet-wonen. Dit komt neer op circa 396 woningen bij een gemiddelde van 95 m² BVO per woning.

De wijk is ontwikkeld als compacte, hoogstedelijke enclave met een sterke relatie tot het water. De bebouwing varieert van vijf- tot zeventienlaagse volumes, met accenten in staal, glas en beton. Kenmerkend zijn de doorzichten naar het kanaal, de integratie van industriële relicten zoals oude kranen, en een mix van stedelijke functies, waaronder kantoren, horeca en woningen. De architectuur is hedendaags maar ingetogen, met herhaling in gevelbanden en een stevige plintzone.

De openbare ruimte is strak vormgegeven, met kademuren, pleinen, boomrijen en parkeerstroken. Door de ligging nabij het Brusselse zakendistrict fungeert Dansaert als overgangsgebied tussen grootschalige hoogbouw en de fijnmazige historische stad. De gemengde functieverdeling (MXI 0,67) draagt bij aan een levendig straatbeeld en maakt het project veerkrachtig in gebruik.

Kengetallen: eerdere meting (herkomst onbekend) · Kaart: © OpenStreetMap-bijdragers (ODbL)

Tudorpark Hoofddorp

familie 1
↑
FSI
0,46wijk 0,46 · eiland 1,06
GSI
0,17wijk 0,17 · eiland 0,40
OSR
1,82
Bouwlagen
2,6
Woningen/ha
29wijk 29
Grondgebonden
76%657 EGW · 204 MGW
MXI
0,00
Uitgeefbaar
43%
Netwerk
57%
Gebied
30,2 ha
Stempel
Woonstraten en hofjes
bebouwd 17%erf en tuin 26%verhard 28%groen 11%water 13%overig 5%

straatprofiel h/b 0,43 (gevel–gevel 23 m) · tuin/hof 30 m · korrel 52 panden/ha · hoogtevariatie 0,12 · groen 39 m²/woning

Tudorpark in Hoofddorp beslaat een gebied van circa 32,3 hectare, waarin 188.071 m² bruto vloeroppervlak is gerealiseerd. De FSI bedraagt 0,58 en de GSI 0,17, met een gemiddelde bouwhoogte van 3,5 lagen. Dit duidt op een relatief open opzet met een royale verkaveling. De OSR ligt op 1,44, waarmee Tudorpark behoort tot de meest ruimtelijke woonwijken in de database. Van het totaal BVO is 180.108 m² bestemd voor wonen en 7.963 m² voor niet-wonen. Dit levert een indicatief woningprogramma van circa 1.969 woningen op, bij een gemiddelde van 95 m² BVO per woning.

De wijk is vormgegeven als een eigentijdse interpretatie van de Engelse tuinstad, met architectuur die refereert aan de Tudorstijl: puntgevels, metselwerk met ornamentiek en verticale geleding. Het stedenbouwkundig raster is organisch uitgewerkt met gebogen straten, kleinschalige woonhoven en visuele aslijnen naar het omliggende landschap. Door de lage dichtheid en de karakteristieke beeldtaal heeft Tudorpark een uitgesproken dorpse uitstraling binnen de Randstad.

De openbare ruimte is ruim bemeten en groen ingericht, met een sterke rol voor wadi’s, plantsoenen, laanstructuren en wandelpaden. Parkeren gebeurt grotendeels op eigen terrein of in hofjes, waardoor het straatbeeld vrij blijft van auto’s. Tudorpark laat zien hoe thematische architectuur gecombineerd kan worden met een ontspannen verkavelingsopzet en een hoge woonkwaliteit.

Kengetallen: BAG en 3D BAG v2023.10.08, gemeten 12-10-2026 · plangebied 30,2 ha · Luchtfoto: PDOK / Beeldmateriaal Nederland (CC BY 4.0) · Foto's: Pascal Sijstermans

Waterpark Heemstede

↑
FSI
0,93wijk 0,93 · eiland 2,05
GSI
0,26wijk 0,26 · eiland 0,58
OSR
0,80
Bouwlagen
3,6
Woningen/ha
51wijk 51
Grondgebonden
0%0 EGW · 126 MGW
MXI
0,38incl. parkeren 0,49 · kantoor 35% · horeca/cultuur 27%
Uitgeefbaar
45%
Netwerk
55%
Gebied
2,5 ha
bebouwd 26%erf en tuin 19%verhard 24%groen 31%water 6%

straatprofiel h/b 0,24 (gevel–gevel 28 m) · tuin/hof 31 m · korrel 11 panden/ha · hoogtevariatie 0,93 · groen 61 m²/woning

Het Watertorengebied in Heemstede, ook wel Waterpark genoemd, omvat een transformatiegebied van circa 2,5 hectare. Het bruto vloeroppervlak bedraagt 21.973 m², met een FSI van 1,28 en een GSI van 0,26. De gemiddelde bouwhoogte ligt op 4,9 lagen, wat duidt op een stedelijk woonmilieu met enige verticaliteit. De OSR komt uit op 0,58 – een relatief ruime verhouding tussen open ruimte en bebouwing. Van het totaal BVO is 21.973 m² bestemd voor wonen. Bij een gemiddelde van 90 m² BVO per woning resulteert dit in een indicatief programma van 244 woningen.

Het gebied is ontwikkeld op de voormalige gemeentewerf van Heemstede, aan de voet van de karakteristieke watertoren. De stedenbouwkundige opzet bestaat uit middelhoge, gestapelde bouw rondom een mix van parkachtige verblijfsruimten, speelzones en wandelroutes. De bebouwing vormt gesloten en halfopen bouwblokken met aandacht voor doorzichten, entreeruimtes en groen-overgangen tussen privé en publiek domein.

De architectuur is eigentijds, met variatie in metselwerk, balkonuitkragingen en grote gevelopeningen. Door de ligging aan de rand van het centrum en de nabijheid van voorzieningen, vormt het Waterpark een belangrijke verdichtingslocatie binnen Heemstede. Het project illustreert hoe compacte woningbouw op een relatief klein terrein kan bijdragen aan de woningvoorraad zonder aan ruimtelijke kwaliteit in te boeten.

Kengetallen: BAG en 3D BAG v2023.10.08, gemeten 12-10-2026 · plangebied 2,5 ha · Luchtfoto: PDOK / Beeldmateriaal Nederland (CC BY 4.0) · Foto's: Pascal Sijstermans

Architectenbuurt Heemstede

Centrum-dorpsfamilie 11930–1940
↑
FSI
0,69wijk 0,69 · eiland 0,98
GSI
0,29wijk 0,29 · eiland 0,41
OSR
1,03
Bouwlagen
2,4
Woningen/ha
30wijk 30
Grondgebonden
80%254 EGW · 63 MGW
MXI
0,13incl. parkeren 0,14 · winkel 55% · zorg 17%
Uitgeefbaar
71%
Netwerk
29%
Gebied
10,5 ha
Stempel
Geschakelde rijen in clusters
bebouwd 29%erf en tuin 42%verhard 23%groen 1%water 3%overig 2%

straatprofiel h/b 0,46 (gevel–gevel 18 m) · tuin/hof 22 m · korrel 39 panden/ha · hoogtevariatie 0,31 · groen 4 m²/woning

De Architectenbuurt in Heemstede beslaat een gebied van circa 10,5 hectare en telt een bruto vloeroppervlak van 94.026 m². Het vloerindexcijfer (FSI) bedraagt 1,10 en de gebiedsdekking (GSI) komt uit op 0,31. Met een gemiddelde bouwhoogte van 3,5 lagen en een OSR van 0,63 is sprake van een wijk met een evenwichtige verhouding tussen bebouwing en open ruimte. Het volledige programma betreft wonen, met een indicatief aantal van 1.044 woningen bij een gemiddelde van 90 m² BVO per woning.

De buurt is opgebouwd in de typische jaren 30-verkavelingslogica met korte rijtjes eengezinswoningen, vrijstaande en twee-onder-een-kapwoningen. De ruim opgezette straten, voortuinen en groene erfafscheidingen dragen bij aan de ruimtelijke beleving. In het straatbeeld domineren metselwerkgevels met sierdetails, hoge kappen, erkers en zorgvuldig vormgegeven voordeurpartijen.

De stedenbouwkundige structuur bestaat uit een fijnmazig raster van woonstraten, langzaam verkeer en haakse verkavelingen. Er is een duidelijke hiërarchie in straatprofielen, met bredere lanen en smallere tussenstraten. De Architectenbuurt vormt een goed bewaard voorbeeld van de vooroorlogse suburbane woonwijk, met een uitgesproken identiteit en sterke samenhang tussen architectuur en openbare ruimte.

Kengetallen: BAG en 3D BAG v2023.10.08, gemeten 12-10-2026 · plangebied 10,5 ha · Luchtfoto: PDOK / Beeldmateriaal Nederland (CC BY 4.0) · Foto's: Pascal Sijstermans

Wickevoort Haarlemmermeer

familie 1
↑
FSI
0,30wijk 0,26 · eiland 0,81
GSI
0,14wijk 0,12 · eiland 0,38
OSR
2,84
Bouwlagen
2,2
Woningen/ha
19wijk 17
Grondgebonden
76%224 EGW · 70 MGW
MXI
0,00
Uitgeefbaar
32%
Netwerk
63%
Gebied
17,8 ha
Stempel
Vrijstaand in groen
bebouwd 12%erf en tuin 18%verhard 22%groen 37%water 7%overig 4%

straatprofiel h/b 0,25 (gevel–gevel 32 m) · tuin/hof 26 m · korrel 41 panden/ha · hoogtevariatie 0,21 · groen 226 m²/woning

Wickevoort in Haarlemmermeer beslaat een gebied van circa 18 hectare met een bruto vloeroppervlak van 68.670 m². De FSI bedraagt 0,38 en de GSI 0,12, met een gemiddelde bouwhoogte van 3,3 lagen. Daarmee is sprake van een lage dichtheid en een zeer open verkavelingsstructuur. De verhouding tussen open ruimte en programma (OSR) bedraagt 2,32 — een uitzonderlijk hoge waarde die duidt op een sterke dominantie van groen, water, wadi’s en parkzones. Met 67.426 m² wonen en 1.244 m² niet-wonen telt het gebied indicatief circa 613 woningen bij een gemiddelde van 110 m² BVO per woning.

De wijk is opgezet als een eigentijds landgoed en combineert duurzame woningbouw met een groen raamwerk dat visueel én functioneel de beleving van ruimte bepaalt. Centraal in de stedenbouw staat de relatie tussen natuur, collectief gebruik en individualiteit. Brede kavels, doorwaadbare padenstructuren en informele erfafscheidingen versterken dit beeld. De bebouwing volgt een organisch patroon met onderbroken rooilijnen, lage goothoogtes en natuurlijke materiaalkeuzes.

Oonderzoek naar stedenbouwkundige beleving laat zien dat wijken zoals Wickevoort — met lage GSI, hoge OSR en een gelaagde overgang van privaat naar publiek domein — consistent hoger scoren op waargenomen rust, comfort en ‘visual coherence’. Wickevoort laat zien dat dichtheid niet alleen getalsmatig, maar ook landschappelijk en sociaal beleefd wordt. Juist in een context van woningnood en klimaatdruk is dit een waardevolle ontwerpstrategie.

Kengetallen: BAG en 3D BAG v2023.10.08, gemeten 12-10-2026 · plangebied 17,8 ha · Luchtfoto: PDOK / Beeldmateriaal Nederland (CC BY 4.0) · Foto's: Pascal Sijstermans

Kop van Zuid Rotterdam

familie 5
↑
FSI
7,15wijk 4,94 · eiland 13,50
GSI
0,43wijk 0,30 · eiland 0,82
OSR
0,08
Bouwlagen
16,5
Woningen/ha
172wijk 119
Grondgebonden
0%0 EGW · 1987 MGW
MXI
0,59incl. parkeren 0,65 · kantoor 41% · horeca/cultuur 25%
Uitgeefbaar
37%
Netwerk
47%
Gebied
16,8 ha
Stempel
Torens op een plint
bebouwd 30%verhard 37%groen 2%water 31%

straatprofiel h/b 1,25 (gevel–gevel 21 m) · tuin/hof 26 m · korrel 3 panden/ha · hoogtevariatie 0,95 · groen 2 m²/woning

Kop van Zuid betreft een hoogstedelijke ontwikkeling en is geanalyseerd op basis van OpenStreetMap-gegevens en een handgetekende projectbegrenzing. De GSI bedraagt 0,29, wat duidt op een gemiddelde bebouwingsgraad binnen een compacte stedelijke structuur. Met een FSI van 4,21 en een gemiddelde bouwhoogte van circa 14,3 lagen is sprake van een zeer intensief ruimtegebruik.

De OSR ligt op 0,17, wat wijst op een beperkte hoeveelheid publieke en semipublieke ruimte binnen het gebied. Het stedenbouwkundig patroon bestaat uit gesloten bouwblokken en hoogbouwaccenten, waarbij plinten een belangrijke rol spelen in de relatie tussen gebouw en straat en binnengebieden voornamelijk collectief van karakter zijn. Het programma is hoofdzakelijk residentieel en omvat circa 2.359 woningen, wat neerkomt op circa 138 woningen per hectare bij een gemiddelde woninggrootte van 100 m² BVO.

De analyse is gebaseerd op reproduceerbare uitgangspunten. Projectcontour, OSM-bronnen en aannames ten aanzien van lagen en functieverdeling zijn vastgelegd in het projectbestand, waardoor de berekeningen controleerbaar en consistent zijn.

Kengetallen: BAG en 3D BAG v2023.10.08, gemeten 12-10-2026 · plangebied 16,8 ha · Luchtfoto: PDOK / Beeldmateriaal Nederland (CC BY 4.0) · Foto's: Pascal Sijstermans

Little C Rotterdam

↑
FSI
2,42
GSI
0,24
OSR
0,31
Bouwlagen
10,0
Woningen/ha
168

Little C in Rotterdam is een uitgesproken voorbeeld van compacte, hoogstedelijke gebiedsontwikkeling, waarin intensief ruimtegebruik wordt gecombineerd met een zorgvuldig vormgegeven openbare ruimte. Het gebied heeft een gebiedsdekking (GSI) van 0,24, wat betekent dat slechts een beperkt deel van het maaiveld wordt bebouwd. Deze openheid wordt gecompenseerd door een hoog vloerindexcijfer (FSI) van 2,42 en een gemiddelde bouwhoogte van circa 10 lagen. De verhouding tussen open ruimte en programma (OSR) bedraagt 0,31 en wijst op een functionele balans tussen bebouwing en collectieve buitenruimte binnen een sterk verdichte stedelijke setting. Uitgaande van een gemiddelde woninggrootte van 100 m² BVO omvat het gebied indicatief circa 360 woningen, wat neerkomt op een dichtheid van ongeveer 168 woningen per hectare.

Stedenbouwkundig manifesteert Little C zich als een samenhangend ensemble van stevige bouwblokken, waarin de bebouwing duidelijke randen en stedelijke wanden vormt. De hoogteopbouw en de compacte verkaveling creëren een uitgesproken stedelijk profiel, terwijl op maaiveldniveau ruimte wordt vrijgespeeld voor pleinen, doorsteken en informele verblijfsplekken. Deze gelaagdheid — met intensief gebruik boven maaiveld en collectiviteit op straatniveau — sluit aan bij hedendaagse opvattingen over binnenstedelijk wonen, waarin verdichting hand in hand gaat met leefkwaliteit.

De kwantitatieve analyse van het gebied is gebaseerd op een handmatig vastgelegde projectbegrenzing, gecombineerd met gegevens uit OpenStreetMap. Aannames over bouwlagen en functies zijn expliciet opgenomen en maken de berekeningen transparant en reproduceerbaar. Daarmee laat Little C niet alleen zien hoe hoogstedelijke woningbouw ruimtelijk kan worden vormgegeven, maar ook hoe open databronnen effectief kunnen worden ingezet voor stedenbouwkundige analyse.

Kengetallen: eerdere meting (herkomst onbekend) · Luchtfoto: PDOK / Beeldmateriaal Nederland (CC BY 4.0) · Foto's: Pascal Sijstermans

Duin Almere

familie 1
↑
FSI
0,76wijk 0,73 · eiland 1,91
GSI
0,16wijk 0,15 · eiland 0,40
OSR
1,10
Bouwlagen
4,8
Woningen/ha
30wijk 28
Grondgebonden
39%619 EGW · 967 MGW
MXI
0,15incl. parkeren 0,25 · horeca/cultuur 16% · kantoor 14%
Uitgeefbaar
38%
Netwerk
60%
Gebied
56,5 ha
Stempel
Organische clusters
bebouwd 15%erf en tuin 9%verhard 18%groen 42%water 3%overig 14%

straatprofiel h/b 0,35 (gevel–gevel 26 m) · tuin/hof 38 m · korrel 29 panden/ha · hoogtevariatie 0,61 · groen 150 m²/woning

Duin in Almere beslaat een gebied van circa 64 hectare met een bruto vloeroppervlak van 342.393 m². De FSI bedraagt 0,68 en de GSI 0,11, met een gemiddelde bouwhoogte van circa 6 lagen. De verhouding tussen open ruimte en programma (OSR) komt uit op 1,31, wat duidt op een zeer ruime inrichting met veel onbebouwd oppervlak. Van het totaal BVO is 342.393 m² bestemd voor wonen, wat neerkomt op een indicatief woningprogramma van circa 3.604 woningen bij een gemiddelde van 95 m² BVO per woning.

Duin is een van de meest onconventionele gebiedsontwikkelingen in Nederland. De wijk is gebouwd op een kunstmatig duinlandschap dat letterlijk is opgeworpen bovenop een voormalige zandwinput aan het IJmeer. Door grootschalige zandophoging is een glooiend maaiveld ontstaan dat niet alleen de beleving van hoogteverschillen introduceert, maar ook fungeert als klimaatadaptieve maatregel tegen wateroverlast en hittestress. De stedenbouwkundige opzet combineert organisch verloop met een landschappelijk grid: meanderende woonstraten, hoogteverschillen en zichtlijnen op het water vormen de dragers van het plan.

De bebouwing varieert sterk in typologie en schaal — van geschakelde laagbouw tot woontorens aan het strand — maar is altijd ingepast in het duinprofiel. Openbare ruimte is opgezet als een sequentie van informele paden, zandige taluds, natuurlijke speelplekken en ruig groen. Duin is daarmee niet alleen een antwoord op het tekort aan woningbouwlocaties, maar ook een voorbeeld van ‘natuurinclusieve dichtheid’: bouwen binnen een sterke landschappelijke setting zónder dat het landschap verloren gaat.

Kengetallen: BAG en 3D BAG v2023.10.08, gemeten 12-10-2026 · plangebied 56,5 ha · Luchtfoto: PDOK / Beeldmateriaal Nederland (CC BY 4.0) · Foto's: Pascal Sijstermans

Cosunpark Breda

Buitencentrumfamilie 5
↑
FSI
0,92
GSI
0,17
OSR
0,90
Bouwlagen
5,3
Stempel
Blokken, torens en afstap

Cosunpark in Breda is een woongebied met een uitgesproken open en groen karakter, waarin de bebouwing duidelijk ondergeschikt is aan de openbare ruimte. De gebiedsdekking (GSI) bedraagt 0,17, wat wijst op een beperkte footprint van de bebouwing en een ruime mate van onbebouwde ruimte op maaiveldniveau. Met een vloerindexcijfer (FSI) van 0,92 en een gemiddelde bouwhoogte van circa 5,3 lagen is sprake van een middelhoge, ontspannen dichtheid die ruimte laat voor licht, lucht en doorzichten. De verhouding tussen open ruimte en programma (OSR) komt uit op 0,9 en onderstreept het parkachtige karakter van het gebied, met een royale aanwezigheid van publieke en semipublieke verblijfsruimten. Uitgaande van een gemiddelde woninggrootte van 100 m² BVO resulteert dit in een indicatief woonprogramma van circa 261 woningen, wat neerkomt op een dichtheid van ongeveer 86 woningen per hectare.

Stedenbouwkundig wordt Cosunpark gekenmerkt door een losse verkavelingsstructuur waarin middelhoge woonvolumes zijn ingebed in een samenhangend groen raamwerk. In plaats van gesloten bouwblokken ontstaat een netwerk van open ruimten, paden en verblijfsplekken, waarbij het landschap fungeert als dragend element van het plan. De relatief bescheiden bouwhoogtes en de ruime onderlinge afstanden versterken de leesbaarheid van het gebied en dragen bij aan een rustige, collectieve woonomgeving.

De kwantitatieve analyse van Cosunpark is gebaseerd op een handmatig vastgelegde projectcontour in combinatie met gegevens uit OpenStreetMap. Aannames over bouwlagen en functies zijn expliciet vastgelegd en maken de berekeningen transparant en reproduceerbaar. Daarmee vormt het gebied niet alleen een voorbeeld van groen-stedelijk wonen, maar ook van de inzet van open databronnen als instrument voor stedenbouwkundige analyse.

Kengetallen: eerdere meting (herkomst onbekend) · Luchtfoto: PDOK / Beeldmateriaal Nederland (CC BY 4.0) · Foto's: Pascal Sijstermans

Zuidkade Den Haag

↑
FSI
1,58wijk 1,58 · eiland 3,49
GSI
0,30wijk 0,30 · eiland 0,66
OSR
0,44
Bouwlagen
5,3
Woningen/ha
67wijk 67
Grondgebonden
16%55 EGW · 298 MGW
MXI
0,05incl. parkeren 0,19 · winkel 12%
Uitgeefbaar
45%
Netwerk
55%
Gebied
5,3 ha
bebouwd 30%erf en tuin 15%verhard 50%groen 9%

straatprofiel h/b 0,87 (gevel–gevel 16 m) · tuin/hof 25 m · korrel 26 panden/ha · hoogtevariatie 0,30 · groen 13 m²/woning

Zuidkade in Den Haag is een uitgesproken stedelijk woongebied waar compact bouwen wordt gecombineerd met ruimte voor verblijf en ontmoeting. Met een gebiedsdekking (GSI) van 0,29 heeft de bebouwing een duidelijke aanwezigheid, zonder het maaiveld volledig te domineren. Het vloerindexcijfer (FSI) bedraagt 1,51 en gaat samen met een gemiddelde bouwhoogte van circa 5,2 lagen, wat resulteert in een stedelijke dichtheid die voelbaar is, maar niet massief. De verhouding tussen open ruimte en programma (OSR) komt uit op 0,47 en wijst op een betekenisvolle rol voor publieke en semipublieke buitenruimten binnen het stedelijk weefsel. Bij een gemiddelde woninggrootte van 105 m² BVO omvat het gebied indicatief circa 731 woningen, wat neerkomt op ongeveer 134 woningen per hectare.

Stedenbouwkundig ontvouwt Zuidkade zich als een samenhangend ensemble van middelhoge bouwblokken die de openbare ruimte scherp omlijsten. Langs straten en kades ontstaan stedelijke wanden, terwijl binnenhoven, pleinen en groene tussenruimten zorgen voor lucht en doorwaadbaarheid. Deze afwisseling tussen geslotenheid en openheid geeft het gebied een dynamisch karakter en ondersteunt een levendige woonomgeving met een duidelijke stedelijke identiteit.

De analyse van het gebied is gebaseerd op een handmatig vastgelegde projectcontour, gecombineerd met gegevens uit OpenStreetMap. Aannames over bouwlagen en functies zijn expliciet meegenomen, waardoor de berekeningen transparant en reproduceerbaar zijn. Zuidkade laat daarmee zien hoe middelhoge verdichting niet alleen efficiënt, maar ook ruimtelijk rijk kan zijn — en hoe open databronnen een waardevol instrument vormen in stedenbouwkundige analyse.

Kengetallen: BAG en 3D BAG v2023.10.08, gemeten 12-10-2026 · plangebied 5,3 ha · Luchtfoto: PDOK / Beeldmateriaal Nederland (CC BY 4.0) · Foto's: Pascal Sijstermans

Borneo-eiland Amsterdam

Groen-stedelijkfamilie 41996–2000
↑
FSI
1,40wijk 0,60 · eiland 2,87
GSI
0,47wijk 0,20 · eiland 0,97
OSR
0,38
Bouwlagen
3,0
Woningen/ha
85wijk 36
Grondgebonden
19%169 EGW · 737 MGW
MXI
0,01kantoor 30% · horeca/cultuur 7%
Uitgeefbaar
21%
Netwerk
51%
Gebied
25,0 ha
Stempel
Kadewanden
bebouwd 20%erf en tuin 1%verhard 25%groen 2%water 57%

straatprofiel h/b 0,87 (gevel–gevel 11 m) · tuin/hof 23 m · korrel 53 panden/ha · hoogtevariatie 0,25 · groen 7 m²/woning

Het Borneo-eiland is een voormalig haventerrein in het Oostelijk Havengebied dat samen met Sporenburg als één plangebied is ontwikkeld. West 8 (Adriaan Geuze) maakte in 1993 het stedenbouwkundig plan; de bebouwing verrees tussen 1996 en 2000, grotendeels in opdracht van ontwikkelingsmaatschappij New Deal. De gemeente wilde hier gezinswoningen in laagbouw met een hoge dichtheid. Geuze antwoordde, samen met Rudy Uytenhaak, met een nieuwe interpretatie van het Amsterdamse grachtenhuis: smalle rug-aan-rugwoningen met patio's, dakterrassen en hoge benedenverdiepingen, door tientallen architecten uitgewerkt tot een 'zee van huizen' in baksteen. Daarin ligt schuin het grote woongebouw Pacman van Koen van Velsen als 'meteoriet'. Aan de Scheepstimmermanstraat bouwden particulieren met een eigen architect, onder wie Herman Hertzberger en MVRDV, een gevarieerde rij grachtenhuizen aan het water.

Veel van wat elders openbare ruimte is, zit hier in de kavels: buitenruimte en parkeerplaats liggen binnen het perceel, vaak als inpandige garage naast de voordeur, en Pacman heeft een eigen parkeergarage. Straten blijven daardoor smal en openbaar groen is schaars; het water neemt die rol over, met een promenade langs de kade, een plein bij de entree en woningen die direct aan het water grenzen. Twee rode bruggen van West 8, waaronder de Pythonbrug, verbinden het eiland met Sporenburg. De ontwerples: hoge dichtheid in grondgebonden laagbouw is haalbaar wanneer privé-buitenruimte en parkeren in het bouwblok worden opgelost, strakke beeldregels individuele variatie bijeenhouden en enkele grote gebouwen houvast geven. Wel blijkt een puur woonprogramma met weinig voorzieningen een zwak punt.

Kengetallen: BAG en 3D BAG v2023.10.08, gemeten 12-10-2026 · uitsnede 25,0 ha · Luchtfoto: PDOK / Beeldmateriaal Nederland (CC BY 4.0)

Brandevoort De Veste Helmond

Centrum-stedelijkfamilie 22000–2023
↑
FSI
1,39wijk 1,39 · eiland 1,73
GSI
0,44wijk 0,44 · eiland 0,54
OSR
0,40
Bouwlagen
3,2
Woningen/ha
49wijk 49
Grondgebonden
51%401 EGW · 380 MGW
MXI
0,12incl. parkeren 0,24 · winkel 23% · onderwijs 8%
Uitgeefbaar
80%
Netwerk
20%
Gebied
16,0 ha
Stempel
Gesloten blok van grondgebonden woningen
bebouwd 44%erf en tuin 36%verhard 25%groen 5%water 2%

straatprofiel h/b 0,67 (gevel–gevel 16 m) · tuin/hof 39 m · korrel 35 panden/ha · hoogtevariatie 0,17 · groen 9 m²/woning

De Veste is het vestingstadje in het hart van de Vinex-wijk Brandevoort, aangelegd op landbouwgrond die Helmond in 1995 van Mierlo annexeerde. Het masterplan kwam vanaf 1996 tot stand onder leiding van Rob Krier, met Christoph Kohl, Wim Wissing (stedenbouw), Paul van Beek (landschap) en Grontmij; gemeente en BPD waren partners van het eerste uur en de bouw startte in 2000. Krier en Kohl stelden als supervisor de regels op voor de vele architecten die de blokken uitwerkten. Binnen een vijfhoekige plattegrond liggen gesloten bouwblokken met poorten en torens, doorsneden door grachten. Grondgebonden stads- en grachtenhuizen wisselen af met appartementen, winkels en voorzieningen rond het plein De Plaetse met zijn gietijzeren markthal. De beeldtaal is uitgesproken historiserend: baksteen, hellende daken en een bewust gevarieerde gevel- en daklijn, met Heusden en 's-Hertogenbosch als referentie.

De verhoogd liggende kern wordt omringd door een vestinggracht met groenstrook die als ecologische zone dient en regenwater opvangt. Binnen de wallen domineert steen: smalle straten, pleinen en steegjes, met groen vooral in laanbomen en binnenhoven. De auto is zoveel mogelijk van straat gehaald; bewoners parkeren op binnenterreinen achter poorten en onder een centraal blok ligt een garage voor bezoekers. Station Helmond Brandevoort, geopend in 2006, ligt direct aan de rand. De les voor nieuwe plannen: een compact, autoluw stadsmilieu met een scherpe rand en een eigen centrum geeft een uitbreidingswijk identiteit, mits plan en beeldkwaliteit decennialang consequent worden bewaakt. Gesloten blokken met parkeren binnenin en smalle profielen zijn ook los van de retrostijl bruikbaar.

Kengetallen: BAG en 3D BAG v2023.10.08, gemeten 12-10-2026 · uitsnede 16,0 ha · Luchtfoto: PDOK / Beeldmateriaal Nederland (CC BY 4.0)

DUMBO Brooklyn, New York

Hoogstedelijkfamilie 22019–2025US
↑
FSI
5,33
GSI
0,39
OSR
0,11
Bouwlagen
13,6
MXI
0,17
Gebied
12,3 ha
Stempel
Gesloten bouwblok

DUMBO, afkorting van Down Under the Manhattan Bridge Overpass, is een voormalig industriegebied aan de East River in Brooklyn. De oudste bedrijfsgebouwen dateren uit de jaren 1850; na de Burgeroorlog werd de buurt steeds industriëler, met fabrieken voor onder meer machines, verf, suiker, koffie, kartonnen dozen en schoenen. Beeldbepalend werd verpakkingsfabrikant Robert Gair, die zich hier in 1888 vestigde en met Turner Construction vroege lofts in gewapend beton liet bouwen. Louis E. Jallade ontwierp in 1908 het Thomson Meter Company Building met geglazuurde terracotta. Zo ontstond een compacte, hoge massa van zware pakhuizen en fabriekslofts, in stijlen van Greek Revival tot gewapend beton. Vanaf de jaren 70 trokken kunstenaars in de lofts; in 1981 kocht Two Trees Management van David Walentas onder meer het Gair-complex en transformeerde het vastgoed naar wonen, werken, galeries en winkels. In 2007 werd DUMBO een beschermd historisch district.

De openbare ruimte wordt gedragen door straten van Belgian blocks met zichtbare oude tramsporen, onder en tussen de bruggen. Het DUMBO Improvement District liet met Rogers Marvel Architects de boog onder de Manhattan Bridge, eerder afgesloten opslagruimte, inrichten als overdekt plein met verlichting en zitplekken. Tussen 2019 en 2025 zijn de historische straten gerestaureerd, met een permanent plein aan Pearl Street en gladde granieten fietspaden in de kasseien. De ontwerples: robuuste industriële gebouwen en een karaktervol straatoppervlak vormen een duurzaam casco voor menging en transformatie, en restruimte onder infrastructuur kan uitgroeien tot het hart van een wijk.

Kengetallen: OpenStreetMap, gemeten 12-10-2026 · plangebied 12,3 ha · Foto's: Pascal Sijstermans

Drevenbuurt Vlaardingen

Groen-stedelijkfamilie 11976–1987
↑
FSI
0,41wijk 0,41 · eiland 0,85
GSI
0,18wijk 0,18 · eiland 0,36
OSR
2,00
Bouwlagen
2,3
Woningen/ha
25wijk 25
Grondgebonden
100%615 EGW · 0 MGW
MXI
0,01horeca/cultuur 77%
Uitgeefbaar
49%
Netwerk
51%
Gebied
25,0 ha
Stempel
Geschakelde rijen in clusters
bebouwd 18%erf en tuin 28%verhard 26%groen 20%water 3%overig 5%

straatprofiel h/b 0,33 (gevel–gevel 25 m) · tuin/hof 23 m · korrel 51 panden/ha · hoogtevariatie 0,20 · groen 80 m²/woning

De Drevenbuurt hoort bij Holy-Noord, de noordelijke uitbreiding van de Vlaardingse wijk Holy. Het eerste deel van Holy-Noord, de Hoofdstedenbuurt, werd tussen 1968 en 1971 gebouwd. De Drevenbuurt volgde in de tweede helft van de jaren zeventig: de woningen aan de Hazelaardreef dateren van 1976 tot 1978, en in de jaren tachtig kwamen er nog woningen bij. Alle straten zijn vernoemd naar boomsoorten en eindigen op -dreef. Die consequente naamgeving geeft de buurt een herkenbare eigen identiteit binnen de grotere wijk. De bebouwing is laag en ruim opgezet, met overwegend eengezinswoningen in geschakelde rijen die in clusters zijn gegroepeerd. Holy-Noord wordt genoemd als typerend voorbeeld van de bloemkoolwijk of woonerfwijk, het woonwijktype dat vanaf 1970 in Nederland werd gebouwd.

Holy ligt aan de noordrand van Vlaardingen en grenst aan de recreatiegebieden Midden-Delfland en Broekpolder. Daardoor ligt de buurt dicht bij uitgestrekt landschappelijk groen, terwijl het groen en het beperkte water in de buurt zelf tussen de woonclusters liggen. De ontsluiting van Holy werd lang bepaald door de geplande Europaboulevard. Die weg zou de wijk in een noordelijk en een zuidelijk deel splitsen. Eind jaren zeventig werd dat plan geschrapt, en op het vrijgehouden tracé rijdt nu RET-tramlijn 1. Voor wie een nieuw plan maakt, laat de Drevenbuurt zien hoe kleine clusters van grondgebonden rijwoningen een overzichtelijk en rustig woonmilieu opleveren. Een eenduidig ordenend thema, zoals de straatnamen, maakt een buurt binnen een grote uitbreidingswijk herkenbaar. En de nabijheid van landschap kan een lage bebouwingsdichtheid tot een kwaliteit maken.

Kengetallen: BAG en 3D BAG v2023.10.08, gemeten 12-10-2026 · uitsnede 25,0 ha · Luchtfoto: PDOK / Beeldmateriaal Nederland (CC BY 4.0)

Dronten Zuid, bestaande buurt

Groen-stedelijkfamilie 11980–1989
↑
FSI
0,26wijk 0,26 · eiland 0,61
GSI
0,15wijk 0,14 · eiland 0,34
OSR
3,26
Bouwlagen
1,8
Woningen/ha
16wijk 15
Grondgebonden
89%659 EGW · 86 MGW
MXI
0,19incl. parkeren 0,21 · onderwijs 28% · horeca/cultuur 23%
Uitgeefbaar
42%
Netwerk
57%
Gebied
49,0 ha
Stempel
Woonstraten en hofjes
bebouwd 14%erf en tuin 27%verhard 30%groen 27%

straatprofiel h/b 0,20 (gevel–gevel 33 m) · tuin/hof 32 m · korrel 35 panden/ha · hoogtevariatie 0,18 · groen 180 m²/woning

Dronten Zuid ligt aan de zuidzijde van het dorpscentrum van Dronten. De kern zelf is een geplande polderkern: de eerste concrete plannen dateren van 1958, de bouw begon in 1960 en in 1962 kwamen de eerste bewoners. Het grootste deel van de woningen in de wijk Dronten Zuid is in de jaren tachtig gebouwd. Daarmee hoort de buurt bij de groeifase die volgde op de pioniersjaren. Net als in de rest van Dronten is gekozen voor grondgebonden woningen. Dat sluit aan bij de oorspronkelijke opzet van de kernen, die vooral bedoeld waren voor landbouwarbeiders en een eenvoudige, sobere architectuur kregen. Het beeld is dat van een ruim opgezette laagbouwwijk met vooral eengezinswoningen, aangevuld met voorzieningen en andere functies.

De ontsluiting volgt de hoofdopzet van Dronten. Vanuit de vier windrichtingen lopen de toegangswegen De Noord, De Oost, De Zuid en De West rechtstreeks naar het centrum, en de woonbuurten grenzen direct aan het centrumgebied rond De Rede. Omdat ruimte in de nieuwe polder niet schaars was, liggen de woningen in ruim opgezet openbaar groen. De dorpsbossen vormen de overgang naar het open polderlandschap. Water speelt in de buurt zelf nauwelijks een rol. Voor wie een nieuw plan maakt, laat Dronten Zuid zien hoe een heldere structuur van hoofdwegen naar het centrum en een doorlopend groen raamwerk een rustige laagbouwwijk samenhang en een dorpse maat geven. De keerzijde is dat zo'n ruime opzet een lage dichtheid en daardoor afstand tot voorzieningen met zich meebrengt.

Kengetallen: BAG en 3D BAG v2023.10.08, gemeten 12-10-2026 · uitsnede 49,0 ha · Luchtfoto: PDOK / Beeldmateriaal Nederland (CC BY 4.0)

Eixample Barcelona

Hoogstedelijk1864–2000ES
↑
FSI
3,41
GSI
0,57
OSR
0,13
Bouwlagen
6,0
MXI
0,46
Gebied
25,0 ha
Stempel
Rastersuperblokken met afgeschuinde hoeken

Het Eixample is de negentiende-eeuwse uitbreiding van Barcelona. Het werd ontworpen door de civiel ingenieur Ildefons Cerdà, nadat de middeleeuwse stadsmuren tussen 1854 en 1856 waren afgebroken. De gemeente had in een prijsvraag de voorkeur gegeven aan het radiale plan van Antoni Rovira i Trias, maar de regering in Madrid legde het plan van Cerdà op. Dat plan werd in 1859 goedgekeurd. Het is een rechthoekig raster van vierkante bouwblokken met hoeken die onder 45 graden zijn afgeschuind (xamfrans), doorsneden door enkele schuine hoofdlanen. Cerdà wilde de blokken alleen aan twee zijden bebouwen en het hart als tuin openlaten. Grondeigenaren en speculatie leidden echter tot gesloten bouwblokken, hogere bebouwing en volgebouwde binnenterreinen. Zo ontstond een compacte, gemengde stad met appartementen boven winkels. Rond Passeig de Gràcia bouwden architecten als Gaudí, Domènech i Montaner en Puig i Cadafalch hun modernistische woonhuizen.

De afgeschuinde hoeken waren bedoeld voor de grote draaicirkel van de stoomtram en voor beter zicht. Bij elke kruising ontstaat zo een klein plein. De openbare ruimte bestaat vooral uit brede straten. Groen is schaars, omdat de geplande tuinen grotendeels zijn verdwenen en binnenterreinen onder meer voor parkeren zijn gebruikt. Het gemeentelijke bedrijf ProEixample maakt binnenterreinen weer openbaar als tuin. Met het programma Superilla Barcelona werden vanaf 2020 straten als Consell de Cent omgevormd tot groene assen met pleinen op de kruisingen, waar auto's niet meer rechtdoor kunnen rijden. De les voor een nieuw plan: een eenvoudig, consequent raster kan anderhalve eeuw verdichting, functiemenging en herinrichting van straten opvangen. Open binnenterreinen en groen moeten wel expliciet worden vastgelegd, anders worden ze bebouwd.

Kengetallen: OpenStreetMap, gemeten 12-10-2026 · uitsnede 25,0 ha · Kaart: © OpenStreetMap-bijdragers (ODbL)

Filmwijk Almere

Groen-stedelijkfamilie 11991–2001
↑
FSI
0,42wijk 0,36 · eiland 1,08
GSI
0,17wijk 0,14 · eiland 0,43
OSR
1,97
Bouwlagen
2,5
Woningen/ha
29wijk 25
Grondgebonden
76%1231 EGW · 394 MGW
MXI
0,04horeca/cultuur 28% · onderwijs 25%
Uitgeefbaar
34%
Netwerk
61%
Gebied
64,0 ha
Stempel
Geschakelde rijen in clusters
bebouwd 14%erf en tuin 19%verhard 25%groen 20%water 15%overig 6%

straatprofiel h/b 0,31 (gevel–gevel 24 m) · tuin/hof 23 m · korrel 62 panden/ha · hoogtevariatie 0,24 · groen 80 m²/woning

De Filmwijk in Almere Stad Oost ligt waar in de jaren tachtig een olympisch dorp was bedacht voor de Amsterdamse kandidatuur voor de Spelen van 1992; de Structuurvisie Almere-Stad-Oost uit 1988 vormde het uitgangspunt. De bouw begon in 1991 met Filmwijk-Noord, de buitenexpositie van de NWR-BouwRAI 1992 van de Nationale Woningraad en de RAI, onder het thema ‘Grensverleggend Bouwen’. Projectleider was Hans Laumanns; gemeentelijk stedenbouwkundige Bep Voortman bedacht de halfronde Hollywoodlaan, die de richting van het centrum ombuigt naar de oost-westverkaveling van de rest van de wijk. Architecten als Aldo van Eyck, Herman Hertzberger, Liesbeth van der Pol en Fons Verheijen ontwierpen er experimentele woningen, van ecologische woningen tot stadsvilla’s. Rond 1995 volgde Filmwijk-Zuid met lange, licht gebogen straten richting het Weerwater; rond 2000 kwam de villabuurt Parc Domenica gereed en in 2001 een woontoren van Rudy Uytenhaak.

Aan de westrand ligt het Lumièrepark, dat zijn omvang dankt aan de olympische ruimtereservering: in het noorden een open stadspark met bomenrijen en weiden, in het zuiden een natuurlijk ogend bos, met een strand aan het Weerwater. Over de volle lengte loopt een vrije busbaan; de auto-ontsluiting takt versnipperd via afzonderlijke buurtwegen op de dreven aan. Parkeren gebeurt op straat of op eigen erf, bij de woontorens aan het water op collectieve terreinen. De Filmwijk laat zien dat een eenvoudige, krachtige stedenbouwkundige figuur grote architectonische verscheidenheid kan dragen, en dat een royaal park aan het water een ruim opgezette woonwijk een sterke ruggengraat geeft.

Kengetallen: BAG en 3D BAG v2023.10.08, gemeten 12-10-2026 · uitsnede 64,0 ha · Luchtfoto: PDOK / Beeldmateriaal Nederland (CC BY 4.0)

Het Funen Amsterdam

Centrum-stedelijkfamilie 31998–2010
↑
FSI
1,26wijk 1,26 · eiland 3,59
GSI
0,29wijk 0,29 · eiland 0,82
OSR
0,57
Bouwlagen
4,4
Woningen/ha
107wijk 107
Grondgebonden
1%18 EGW · 1369 MGW
MXI
0,16incl. parkeren 0,18 · winkel 26% · bedrijf 18%
Uitgeefbaar
35%
Netwerk
65%
Gebied
13,0 ha
Stempel
Gesloten rand, paviljoens in park
bebouwd 29%erf en tuin 6%verhard 40%groen 23%water 1%

straatprofiel h/b 0,84 (gevel–gevel 18 m) · tuin/hof 18 m · korrel 41 panden/ha · hoogtevariatie 0,24 · groen 21 m²/woning

Het Funen ligt op een voormalig haven-, overslag- en rangeerterrein op de Oostelijke Eilanden, in de bocht van de spoorlijn. Begin jaren negentig verwierf ontwikkelaar IBC (later Heijmans Vastgoed) het terrein. Het plan van Frits van Dongen (de Architekten Cie.) won de besloten competitie met het concept ‘een park om te wonen’. Langs spoor en Cruquiuskade ontwierp hij een haakvormig, in hoogte oplopend gebouw met glazen schubben dat als geluidsscherm dient. In de luwte daarvan staan zestien vrijstaande stadsvilla’s op een vast raster, de ‘Hidden Delights’. Ze zijn ontworpen door onder anderen NL Architects, Geurst & Schulze, Claus en Kaan, DKV, Lafour en Wijk en Dick van Gameren. Elk blok heeft een eigen beeldtaal, van begroeide patiowoningen tot driehoekige, licht spiegelende volumes. Sociale huur en koop voor studenten, gezinnen en ouderen staan door elkaar.

De villa’s staan in één doorlopend openbaar park van Bram Breedveld (Landlab). Het park bestaat uit gras, verspreide acacia’s en een vrij padennetwerk van twee vijfhoekige betontegels in drie grijstinten, dat in 2007 een Dutch Design Award won. Private tuinen ontbreken; een smalle zone langs de gevels biedt ruimte voor een bank of plantenbak. Het binnengebied is autovrij, want geparkeerd wordt onder de randbebouwing. De plint van die rand biedt ook ruimte aan winkels en horeca. Aan de westzijde vormt een bredere parkstrook de overgang naar de Czaar Peterbuurt. De ontwerples: een robuuste rand die geluid en auto’s opvangt, maakt een compact, groen en kindvriendelijk binnengebied mogelijk. Daarin krijgt grote architectonische verscheidenheid samenhang door één ongedeelde openbare ruimte.

Kengetallen: BAG en 3D BAG v2023.10.08, gemeten 12-10-2026 · uitsnede 13,0 ha · Luchtfoto: PDOK / Beeldmateriaal Nederland (CC BY 4.0)

IJburg Haveneiland Amsterdam

Groen-stedelijkfamilie 22002–…
↑
FSI
1,24wijk 1,11 · eiland 2,45
GSI
0,28wijk 0,25 · eiland 0,56
OSR
0,58
Bouwlagen
4,4
Woningen/ha
63wijk 57
Grondgebonden
23%204 EGW · 703 MGW
MXI
0,07incl. parkeren 0,18 · onderwijs 18% · zorg 8%
Uitgeefbaar
45%
Netwerk
49%
Gebied
16,0 ha
Stempel
Superblokken met binnenhof
bebouwd 25%erf en tuin 17%verhard 29%groen 12%water 14%overig 3%

straatprofiel h/b 0,44 (gevel–gevel 22 m) · tuin/hof 31 m · korrel 33 panden/ha · hoogtevariatie 0,33 · groen 21 m²/woning

Haveneiland is het centrale en meest stedelijke eiland van IJburg, de archipel in het IJmeer waarvoor Palmbout in 1995 het masterplan maakte. Het stedenbouwkundig plan voor Haveneiland en de Rieteilanden is ontworpen door Frits van Dongen (de Architekten Cie.), Felix Claus (Claus en Kaan) en Ton Schaap en werd in 2000 vastgesteld. De aanleg begon in 1999 en in november 2002 betrokken de eerste bewoners hun woningen op Haveneiland-West. Het plan is een raster van rechte straten, groenstroken en grachten, afgeleid van de blokopbouw van de grachtengordel en ingevuld met grote rechthoekige bouwblokken. Op Haveneiland-West werden de blokken ontwikkeld door combinaties van opdrachtgevers en bouwers. Per blok werkten meerdere architecten onder een coördinerend architect. Op Haveneiland-Oost werkte men om kosten- en tijdsredenen met één architect per blok. In de blokken zijn verschillende woningtypen, bedrijfsruimten en andere functies samengebracht, wat een gevarieerd maar strak gekaderd straatbeeld oplevert.

De IJburglaan is de hoofdontsluiting van het eiland en van heel IJburg. Het parkeren is grotendeels in de blokken opgelost, in garages met daarboven semi-openbare hoven en privétuinen. Water bepaalt het karakter: langs de grachten liggen openbare kades en smalle openingen tussen de gebouwen geven vanuit het binnengebied zicht op het water. Rond de haven ligt het Havenkwartier met een gemengd programma. Voor wie een nieuw plan maakt, laat Haveneiland zien dat een eenvoudig, sterk raster veel architectonische verscheidenheid kan dragen en dat overbouwd parkeren groene hoven in een compact bouwblok mogelijk maakt. De wijk leert ook dat veel architecten per blok de diversiteit vergroot, maar het proces duur en traag kan maken.

Kengetallen: BAG en 3D BAG v2023.10.08, gemeten 12-10-2026 · uitsnede 16,0 ha · Luchtfoto: PDOK / Beeldmateriaal Nederland (CC BY 4.0)

Java-eiland Amsterdam

Groen-stedelijkfamilie 41996–2000
↑
FSI
1,37wijk 0,48 · eiland 3,36
GSI
0,26wijk 0,09 · eiland 0,65
OSR
0,54
Bouwlagen
5,2
Woningen/ha
117wijk 41
Grondgebonden
5%37 EGW · 764 MGW
MXI
0,07kantoor 64% · winkel 13%
Uitgeefbaar
14%
Netwerk
59%
Gebied
19,4 ha
Stempel
Kadewanden
bebouwd 9%erf en tuin 5%verhard 13%groen 4%water 67%

straatprofiel h/b 1,12 (gevel–gevel 16 m) · tuin/hof 22 m · korrel 25 panden/ha · hoogtevariatie 0,26 · groen 10 m²/woning

Het Java-eiland is een voormalig haveneiland in het Oostelijk Havengebied, eind negentiende eeuw aangelegd als golfbreker. Op basis van een stedenbouwkundig programma van eisen van de gemeentelijke dienst DRO uit 1991 maakte Sjoerd Soeters het masterplan. De bebouwing verrees in de late jaren negentig en was rond 2000 voltooid. Als reactie op de grote schaal van het naastgelegen KNSM-eiland koos Soeters voor een kleinschalige, afwisselende structuur naar het voorbeeld van de Amsterdamse grachten. Vier aangelegde dwarsgrachten verdelen het langgerekte eiland in kamers. Hoge appartementengebouwen vormen stevige kadewanden langs het open water. Aan de dwarsgrachten staan hoge, smalle grachtenpanden op individuele kavels. Doordat tientallen architecten aan de blokken werkten, onder wie Cruz y Ortiz, Art Zaaijer en Diener & Diener, ontstond de verscheidenheid van een binnenstedelijke grachtenwand.

De kadegebouwen omsluiten openbare binnenkamers met tuinen, pleintjes en lagere losstaande woonblokken, elk anders ingericht. Het groen zit vooral in deze hoven; het beeld wordt bepaald door het water van het IJ en de havenbekkens. Over de grachtjes liggen smeedijzeren loop- en fietsbruggetjes van de kunstenaars Guy Rombouts en Monica Droste. Aan de noordzijde komen daar stenen boogbruggen van Paul Wintermans voor het autoverkeer bij. Geparkeerd wordt op straat langs de grachtjes en in parkeergarages van de woningcomplexen. Het Java-eiland laat zien hoe een eenvoudige ingreep, dwarsgrachten en een fijne verdeling over veel architecten, een groot havenstuk de korrel van de historische stad geeft. Ook plekken zonder uitzicht op het IJ krijgen zo een eigen adres en kwaliteit.

Kengetallen: BAG en 3D BAG v2023.10.08, gemeten 12-10-2026 · uitsnede 19,4 ha · Luchtfoto: PDOK / Beeldmateriaal Nederland (CC BY 4.0)

Kadijken Amsterdam

Groen-stedelijkfamilie 21982–1988
↑
FSI
1,28wijk 1,08 · eiland 2,35
GSI
0,32wijk 0,27 · eiland 0,58
OSR
0,53
Bouwlagen
4,0
Woningen/ha
92wijk 77
Grondgebonden
2%20 EGW · 1219 MGW
MXI
0,19incl. parkeren 0,22 · kantoor 55% · horeca/cultuur 12%
Uitgeefbaar
46%
Netwerk
46%
Gebied
16,0 ha
Stempel
Gesloten blokken, fijner
bebouwd 27%erf en tuin 19%verhard 25%groen 3%water 27%

straatprofiel h/b 0,92 (gevel–gevel 14 m) · tuin/hof 21 m · korrel 21 panden/ha · hoogtevariatie 0,30 · groen 4 m²/woning

De Kadijken, ook Kadijkseiland genoemd, ontstonden eind zeventiende eeuw na de Vierde Uitleg. Ten noorden van de Sint Antoniesdijk werd toen een nieuwe zomerdijk opgeworpen en werden de Rapenburgergracht en de Nieuwe Vaart gegraven. De verhoogde dijk kreeg de naam Hoogte Kadijk, het lager gelegen land erachter de Laagte Kadijk. Samen met het dwarsstraatje Tussen Kadijken vormen ze de ruggengraat van de buurt. Het gebied groeide uit tot scheepswerf- en havenkwartier. Langs de Rapenburgergracht, het latere Entrepotdok, verrees vanaf 1708 een lange rij pakhuizen, voor een deel onder stadsbouwmeester Jan de Greef. Tegenover dat grootschalige pakhuisfront staat de fijne korrel van smalle woonhuizen uit de zeventiende en achttiende eeuw, de Sibbelwoningen en vroege sociale woningbouw van G. Moele aan de Hoogte Kadijk.

Na de oorlog raakten de pakhuizen in verval en verpauperde de buurt. Tussen 1982 en 1988 verbouwden Joop en André van Stigt het Entrepotdok tot sociale woningbouw. Aan de achterzijde werd een strook weggenomen voor licht, tuinen en balkons, terwijl het karakter van de pakhuizen bewaard bleef. Stadsherstel redde samen met de gemeente een twintigtal panden rond de Kadijken en het Kadijksplein. De openbare ruimte is stenig en wordt bepaald door kades en water. Een voormalig sluizencomplex tussen Nieuwe Vaart en Entrepotdok maakt van het westelijke deel feitelijk een eiland. Werf 't Kromhout herinnert nog aan de scheepsbouw. De ontwerples is dat een smalle dijkstructuur een compacte, gemengde woonbuurt kan dragen. Hergebruik van grootschalige bedrijfsgebouwen naast kleinschalige invulling levert een sterke identiteit op, waarin water de rol van groen grotendeels overneemt.

Kengetallen: BAG en 3D BAG v2023.10.08, gemeten 12-10-2026 · uitsnede 16,0 ha · Luchtfoto: PDOK / Beeldmateriaal Nederland (CC BY 4.0)

Kattenbroek Amersfoort

Groen-stedelijkfamilie 11990–1995
↑
FSI
0,44wijk 0,44 · eiland 0,88
GSI
0,19wijk 0,19 · eiland 0,38
OSR
1,87
Bouwlagen
2,3
Woningen/ha
22wijk 22
Grondgebonden
95%512 EGW · 26 MGW
MXI
0,15kantoor 88% · bedrijf 10%
Uitgeefbaar
49%
Netwerk
51%
Gebied
25,0 ha
Stempel
Hofjes en lussen
bebouwd 19%erf en tuin 31%verhard 26%groen 15%water 6%overig 4%

straatprofiel h/b 0,31 (gevel–gevel 21 m) · tuin/hof 30 m · korrel 44 panden/ha · hoogtevariatie 0,23 · groen 71 m²/woning

Kattenbroek werd vanaf 1988 ontworpen en tussen 1990 en 1995 gebouwd aan de noordrand van Amersfoort. Wethouder Fons Asselbergs nam het initiatief. Hij wilde breken met de kleurloze naoorlogse uitbreidingswijken en sociale huur- en koopwoningen niet in aparte buurten onderbrengen. Ashok Bhalotra van Kuiper Compagnons maakte het stedenbouwkundig plan, met het ontwerp voor maaiveld en groen, en was tijdens het hele proces supervisor. Het thema van het plan is 'reizen en thuis zijn'. Het bestaat uit geometrische figuren met poëtische namen: De Ring, De Laan der Hoven, De Verborgen Zone, Het Masker en De Kreek. Ontwikkelaars kregen contractgebieden toegewezen, die zij inclusief de openbare ruimte in één keer opleverden. Tientallen architectenbureaus werkten aan de invulling. Zo ontstond een kinderrijke laagbouwwijk met veel verschillende woonvormen en een uitgesproken, soms theatrale beeldtaal. Bekende voorbeelden zijn de brugwoningen van Leo Heijdenrijk, de Ruïnewoningen en de Gesloten Stad van Piet Blom.

De Ring is een cirkelvormige weg die de buurten ontsluit. Hij is even groot als de historische binnenstad en dient als drager en oriëntatiepunt van de wijk. De brede Laan der Hoven loopt van oost naar west door de wijk en is de toegangsweg. Elk hof aan deze laan heeft een eigen identiteit, en winkelcentrum Emiclaer is het laatste in de reeks. Haaks op de laan ligt De Verborgen Zone, met Muurhuizen en symbolische kunst. Water en groen zijn belangrijke dragers van het plan. Langs de Bruggensingel hangen woningen half boven het water, en bestaande boerderijen en landschapselementen zijn in het plan opgenomen. De ontwerples voor wie een nieuw plan maakt: een verbeeldende hoofdstructuur met herkenbare, benoemde plekken, gecombineerd met supervisie en opdrachten die bebouwing en openbare ruimte samen omvatten, kan een grote architectonische verscheidenheid samenhang geven zonder dat de wijk een lappendeken wordt.

Kengetallen: BAG en 3D BAG v2023.10.08, gemeten 12-10-2026 · uitsnede 25,0 ha · Luchtfoto: PDOK / Beeldmateriaal Nederland (CC BY 4.0)

Overhoeks Amsterdam-Noord

Hoogstedelijkfamilie 52005–2027
↑
FSI
4,22wijk 3,31 · eiland 5,55
GSI
0,56wijk 0,44 · eiland 0,73
OSR
0,11
Bouwlagen
7,6
Woningen/ha
141wijk 111
Grondgebonden
0%14 EGW · 3471 MGW
MXI
0,39incl. parkeren 0,46 · bedrijf 31% · horeca/cultuur 14%
Uitgeefbaar
60%
Netwerk
24%
Gebied
31,4 ha
Stempel
Blokken, torens en afstap
bebouwd 44%erf en tuin 10%verhard 25%groen 22%water 15%

straatprofiel h/b 1,08 (gevel–gevel 21 m) · tuin/hof 29 m · korrel 4 panden/ha · hoogtevariatie 0,88 · groen 20 m²/woning

Overhoeks transformeert het voormalige onderzoeksterrein van Shell op de noordelijke IJ-oever, tegenover Centraal Station. De gemeente kocht het terrein in 2003; Palmbout Urban Landscapes maakte in 2002-2004 met de dRO het masterplan, in opdracht van gemeente en ING Real Estate. Geurst & Schulze tekende het plan voor het woonkwartier, de Campus. ING Real Estate en Ymere ontwikkelden de eerste fase; later nam Amvest de positie van ING over. Het plan staat haaks op het IJ, met aan weerszijden van een wigvormig park een residentieel kwartier van alzijdige, vrijstaande appartementengebouwen in U-, L- en H-vormen rond groene hoven, met terugspringende bovenste lagen, en een strip met woontorens langs het Buiksloterkanaal, waar de Shell-toren van Arthur Staal (nu A'DAM Toren) en het Groot Laboratorium behouden bleven. Bureaus als Mecanoo, JSA en Orange Architects geven de gebouwen elk een eigen gezicht.

De bouwkavels zijn opgehoogd, wat verontreinigde grond afdekt, half ondergrondse parkeergarages mogelijk maakt en de onderste woonlagen uitzicht geeft; ook de binnentuinen liggen boven het maaiveld. De straten zijn autoluw; in de tweede Campusfase liggen de garage-ingangen aan de rand. Bezoekers parkeren onder het Schegpark. Langs het IJ daalt een heuvelachtig park af naar het water, en Eye en de A'DAM Toren trekken publiek. Overhoeks laat zien dat hoge dichtheid kan samengaan met overal ervaarbaar groen, mits parkeren uit het zicht verdwijnt en hoogbouw aan de rand wordt gebundeld. De eerste fase, waar hekken hof en straat scheidden, leert dat de overgang tussen privé en openbaar bewust ontworpen moet worden.

Kengetallen: BAG en 3D BAG v2023.10.08, gemeten 12-10-2026 · uitsnede 31,4 ha · Luchtfoto: PDOK / Beeldmateriaal Nederland (CC BY 4.0)

Pendrecht Rotterdam

Buitencentrum1953–1960
↑
FSI
0,83wijk 0,83 · eiland 2,62
GSI
0,24wijk 0,24 · eiland 0,77
OSR
0,91
Bouwlagen
3,4
Woningen/ha
66wijk 66
Grondgebonden
13%209 EGW · 1453 MGW
MXI
0,24incl. parkeren 0,27 · winkel 32% · horeca/cultuur 19%
Uitgeefbaar
32%
Netwerk
68%
Gebied
25,0 ha
Stempel
Stempelwijk: herhaalde wooneenheden
bebouwd 24%erf en tuin 8%verhard 43%groen 22%water 3%

straatprofiel h/b 0,46 (gevel–gevel 24 m) · tuin/hof 20 m · korrel 37 panden/ha · hoogtevariatie 0,53 · groen 32 m²/woning

Pendrecht is een van de wijken uit het uitbreidingsplan van 1949 voor de linker Maasoever, naast Zuidwijk en Lombardijen. Lotte Stam-Beese van de Dienst Stadsontwikkeling en Wederopbouw werkte het stedenbouwkundig plan vanaf 1949 uit in samenspraak met architectengroep Opbouw, die een studieplan presenteerde op het CIAM-congres in Bergamo. De bouw begon op 21 december 1953; de straten dragen de namen van plaatsen die door de watersnoodramp van dat jaar werden getroffen. Bouwsteen is de wooneenheid of ‘stempel’: twee blokken etagewoningen en drie rijen laagbouw rond een gemeenschappelijke tuin, met woningen voor gezinnen, ouderen en alleenstaanden. Gespiegeld en herhaald vormen de stempels buurten, die rond het centrale Plein 1953 zijn gegroepeerd. De uitvoering lag bij uiteenlopende woningbouwverenigingen en particulieren met eigen architecten, onder wie Harry Nefkens, wat binnen het strakke orthogonale raster zorgt voor afwisseling in het straatbeeld.

Ook de openbare ruimte volgt het systeem: tussen de blokken wisselen collectieve tuinen, verkeersstraten en speelstraten elkaar af. Een geometrisch stramien van hoofdwegen en waterlopen ordent de wijk; de singels verdelen haar in kwadranten en komen samen in de vijver op Plein 1953, het winkelhart. Het Zuiderpark en het recreatiegebied aan de zuidrand grenzen direct aan de wijk. Bij de herstructurering kreeg de Ossenissebuurt een nieuwe stempel met eengezinswoningen rond een binnenterrein en parkeren op eigen terrein. Pendrecht laat zien hoe een herhaalbare eenheid met gemengde woningtypen een grote wijk samenhang en sociale menging geeft, mits de ruimte tussen de blokken een heldere rol krijgt en de architectuur variatie toelaat.

Kengetallen: BAG en 3D BAG v2023.10.08, gemeten 12-10-2026 · uitsnede 25,0 ha · Luchtfoto: PDOK / Beeldmateriaal Nederland (CC BY 4.0)

Rivierenbuurt (Plan Zuid) Amsterdam

Buitencentrumfamilie 21921–1939
↑
FSI
1,30wijk 1,30 · eiland 2,40
GSI
0,33wijk 0,33 · eiland 0,60
OSR
0,52
Bouwlagen
4,0
Woningen/ha
100wijk 100
Grondgebonden
1%10 EGW · 1585 MGW
MXI
0,12onderwijs 39% · winkel 30%
Uitgeefbaar
54%
Netwerk
46%
Gebied
16,0 ha
Stempel
Gesloten bouwblok
bebouwd 33%erf en tuin 21%verhard 40%groen 4%overig 3%

straatprofiel h/b 0,77 (gevel–gevel 20 m) · tuin/hof 20 m · korrel 46 panden/ha · hoogtevariatie 0,19 · groen 4 m²/woning

De Rivierenbuurt maakt deel uit van Plan Zuid van H.P. Berlage, in 1915 aan de gemeenteraad gepresenteerd en in 1917 vastgesteld. De eerste bouwplannen ontstonden in 1920 rond het Meerhuizenplein en Borssenburgplein; de bouw begon in 1921 en liep door tot in de jaren dertig. De buurt was vooral bedoeld voor de middenklasse. Berlage koos voor kaarsrechte, smalle woonstraten en langwerpige gesloten bouwblokken met binnentuinen, doorsneden door brede hoofdassen. Onder streng toezicht van de Schoonheidscommissie ontstonden gevels in de stijl van de Amsterdamse School, onder anderen van Margaret Staal-Kropholler, Michel de Klerk en Piet Kramer. Na 1923 werd de beeldtaal soberder: langgerekte blokken met erkers en schuine pannendaken. Het Twaalfverdiepingenhuis van Staal (1930-1932) en de atelierwoningen aan de Zomerdijkstraat van Zanstra, Giesen en Sijmons (1932-1934) vormen moderne accenten.

Drie brede hoofdstraten, de Amstellanen, doorsnijden de buurt in een Y-vorm en komen samen op het Daniël Willinkplein. Zij dragen de ontsluiting, terwijl de smalle tussenstraten rustige woonstraten blijven. Het Twaalfverdiepingenhuis domineert als blikvanger het Victorieplein aan het einde van de Vrijheidslaan. Water ligt vooral aan de randen: de Amstel, de Boerenwetering en het Amstelkanaal begrenzen de buurt. Binnen het compacte weefsel is het groen grotendeels besloten in de binnentuinen; het Martin Luther Kingpark werd in de crisisjaren als werkverschaffingsproject aangelegd en in 1936 geopend. Plan Zuid is inmiddels beschermd stadsgezicht. De ontwerples: een helder raamwerk van assen, pleinen en gesloten blokken, gecombineerd met consequente sturing op beeldkwaliteit, laat veel architecten en opdrachtgevers samen een samenhangend en tijdloos stadsdeel bouwen.

Kengetallen: BAG en 3D BAG v2023.10.08, gemeten 12-10-2026 · uitsnede 16,0 ha · Luchtfoto: PDOK / Beeldmateriaal Nederland (CC BY 4.0)

Slotermeer Amsterdam

Groen-stedelijk1951–1965
↑
FSI
0,70wijk 0,70 · eiland 1,99
GSI
0,24wijk 0,24 · eiland 0,70
OSR
1,09
Bouwlagen
2,8
Woningen/ha
51wijk 51
Grondgebonden
16%160 EGW · 829 MGW
MXI
0,20winkel 78% · onderwijs 15%
Uitgeefbaar
35%
Netwerk
65%
Gebied
19,4 ha
Stempel
Open strokenbouw (naoorlogs)
bebouwd 24%erf en tuin 10%verhard 41%groen 24%water 3%

straatprofiel h/b 0,46 (gevel–gevel 24 m) · tuin/hof 18 m · korrel 41 panden/ha · hoogtevariatie 0,45 · groen 48 m²/woning

Slotermeer is de eerste uitwerking van het Algemeen Uitbreidingsplan van Amsterdam uit 1935. Het plan voor de tuinstad, getekend onder leiding van Cornelis van Eesteren, werd in 1939 vastgesteld, maar door de oorlog sloeg men pas op 1 december 1951 de eerste paal. Op 7 oktober 1952 opende koningin Juliana de tuinstad; halverwege de jaren zestig was de wijk volgebouwd. Ging het plan van 1939 nog volledig uit van strokenverkaveling, het herziene plan van 1952 wisselt strokenbouw af met hovenstructuren. Op de zon georiënteerde bouwstroken staan haaks op brede verkeersaders, in een mengeling van laag-, middel- en hoogbouw. Daartussen liggen eigen ensembles, zoals de Airey-woningen aan de Burgemeester de Vlugtlaan, het katholieke Catharinacomplex van Evers en Sarlemijn en de kleurrijke Verfdoos van Allert Warners.

De wijk is gebouwd op zand uit de Sloterplas, die samen met het Sloterpark de zuidrand vormt. Collectief groen vult de ruimte tussen de stroken en het Gerbrandypark ligt in het hart van de wijk. Het centrum aan Plein '40-'45, de Burgemeester de Vlugtlaan en de Slotermeerlaan bundelt markt, winkels, het Tuinstadhuis van Lucas en Niemeijer en een kleine haven; een overdekt winkelcentrum met parkeergarage kwam er pas in de jaren negentig. Een deel van de wijk is beschermd stadsgezicht, elders loopt sinds de jaren 2000 stedelijke vernieuwing. De les: een heldere hoofdstructuur van lanen, park en plas met royale collectieve ruimte geeft blijvende samenhang, maar die openheid vraagt om duidelijk eigenaarschap en beheer, anders wordt overvloedig groen eerder als probleem dan als kwaliteit ervaren.

Kengetallen: BAG en 3D BAG v2023.10.08, gemeten 12-10-2026 · uitsnede 19,4 ha · Luchtfoto: PDOK / Beeldmateriaal Nederland (CC BY 4.0)

Tuindorp Oostzaan Amsterdam

Groen-stedelijkfamilie 11919–1939
↑
FSI
0,40wijk 0,40 · eiland 0,78
GSI
0,21wijk 0,21 · eiland 0,41
OSR
1,96
Bouwlagen
1,9
Woningen/ha
43wijk 43
Grondgebonden
93%632 EGW · 48 MGW
MXI
0,13onderwijs 46% · sport 22%
Uitgeefbaar
51%
Netwerk
49%
Gebied
16,0 ha
Stempel
Hofjes en lussen
bebouwd 21%erf en tuin 28%verhard 33%groen 13%water 1%overig 4%

straatprofiel h/b 0,45 (gevel–gevel 15 m) · tuin/hof 24 m · korrel 84 panden/ha · hoogtevariatie 0,20 · groen 29 m²/woning

Tuindorp Oostzaan ontstond op initiatief van wethouder Floor Wibaut en bouwambtenaar Arie Keppler, als arbeidersdorp voor de werknemers van de scheepswerven in Amsterdam-Noord, in de Noorder IJpolder ten zuiden van de Waterlandse Zeedijk. Het eerste deel, ten noorden van de Meteorenweg, verrees tussen 1919 en 1924 naar een stedenbouwkundig plan van Berend Boeyinga en J.H. Mulder jr. in opdracht van de Gemeentelijke Woningdienst; zij ontwierpen ook vrijwel alle woningen. Omdat het dorp tijdelijk was bedoeld, staan de huizen op betonnen platen in plaats van palen. De opzet is compact en symmetrisch, met rijen lage woningen in een landelijke variant van de Amsterdamse School; poortgebouwen overspannen de zijstraten van de hoofdassen. Tussen 1934 en 1939 volgde de zuidwestelijke uitbreiding naar een plan van Jakoba Mulder en Cornelis van Eesteren.

Het hart is het Zonneplein: winkels met woningen erboven omsluiten het plein en het Zonnehuis van Mulder uit 1932 sluit als gemeenschapsgebouw de vierde zijde. De wijk doorstond de overstroming van 1960 en ontsnapte in de jaren negentig na bewonersprotest aan sloop; zij werd gerenoveerd en is rijksbeschermd stadsgezicht. De ondiepe fundering werkt nog door: groenstroken liggen hoger dan het maaiveld en het hoogteverschil tussen straat en voordeur slinkt, waardoor regenwater slecht wegkan. De ontwerples: een helder, symmetrisch stratenpatroon met poortgebouwen en een centraal plein met voorzieningen geeft een bescheiden laagbouwwijk een sterke identiteit. Tegelijk toont Tuindorp Oostzaan dat tijdelijk bouwen vaak permanent blijkt, en dat fundering en waterhuishouding vanaf het begin bij het plan horen.

Kengetallen: BAG en 3D BAG v2023.10.08, gemeten 12-10-2026 · uitsnede 16,0 ha · Luchtfoto: PDOK / Beeldmateriaal Nederland (CC BY 4.0)

Zevenhuizen Zuid

Groen-stedelijkfamilie 12013–2025
↑
FSI
0,44wijk 0,44 · eiland 0,97
GSI
0,19wijk 0,19 · eiland 0,42
OSR
1,84
Bouwlagen
2,3
Woningen/ha
24wijk 24
Grondgebonden
87%332 EGW · 50 MGW
MXI
0,05bedrijf 71% · kantoor 29%
Uitgeefbaar
45%
Netwerk
55%
Gebied
16,0 ha
Stempel
Woonstraten en hofjes
bebouwd 19%erf en tuin 25%verhard 29%groen 13%water 7%overig 7%

straatprofiel h/b 0,41 (gevel–gevel 21 m) · tuin/hof 29 m · korrel 48 panden/ha · hoogtevariatie 0,12 · groen 56 m²/woning

Zevenhuizen-Zuid heet ook wel het Koningskwartier. Het is de zuidelijke dorpsuitbreiding van Zevenhuizen en ligt op voormalige glastuinbouwgrond in de Zuidplaspolder, die het Rijk aanwees als regionale woningbouwlocatie. Het globale bestemmingsplan Zuidplas-West werd in 2009 vastgesteld door de toenmalige gemeente Zevenhuizen-Moerkapelle. Het eerste deelgebied, de Zevenrozenhof, is vernoemd naar de rozenkwekerij die er lag. De gemeente Zuidplas, de Gebiedsontwikkelingsmaatschappij Zuidplaspolder (AM, Amvest, ASR, Heijmans en Woonbron), Synchroon en Thunnissen ontwikkelden de wijk samen. Dat gebeurde in fasen op basis van een masterplan, waarbij elke fase een afgerond geheel vormt met een eigen uitwerkingsplan en beeldkwaliteitsplan. Aan de uitwerking werkten onder meer Compositie 5 stedenbouw, Stijlgroep, Van Manen Architecten en Bureau070. Het woningaanbod is gevarieerd: rijwoningen en herenhuizen, geschakelde woningen, twee-onder-een-kapwoningen, vrijstaande woningen, semi-bungalows en appartementen. De architectuur sluit bewust aan bij de dorpse, landelijke sfeer van het oude Zevenhuizen.

De wijk is opgezet als een groene, rustige woonomgeving en is in latere delen uitdrukkelijk vormgegeven als landelijke buurt. Water is onderdeel van de verkaveling, met onder meer verandawoningen aan het water en het deelgebied De Eilanden. De wijk ligt tussen de Noordelijke Dwarsweg, de Knibbelweg, de N219 en de Zuidplasweg, centraal tussen Rotterdam, Gouda en Den Haag. Ontsluiting en parkeren zijn per fase uitgewerkt in verkeersonderzoek en parkeerbalansen. In juni 2025 werden de laatste woningen en het laatste deel van de buitenruimte opgeleverd. De wijk laat zien hoe een grote polderuitbreiding met één masterplan en opeenvolgende, zelfstandig afgeronde fasen kan groeien met meerdere ontwikkelaars en architecten, zonder de dorpse maat te verliezen. Een herkenbare, op het dorp geïnspireerde beeldtaal en lage, overwegend grondgebonden bebouwing maken er een samenhangend dorpsdeel van.

Kengetallen: BAG en 3D BAG v2023.10.08, gemeten 12-10-2026 · uitsnede 16,0 ha · Luchtfoto: PDOK / Beeldmateriaal Nederland (CC BY 4.0)

handleiding_nieuw/sub_kengetallenbeelden.txt · Last modified: 2026/10/13 08:47 by studio_bot

© Sumsonite B.V. Alle rechten voorbehouden. Documentatie, rekenmethodes, databanken en (bron)code mogen niet worden gekopieerd, verspreid of (reverse) engineered zonder voorafgaande schriftelijke toestemming. · Rechten & gebruik

Onderdeel van Sumsonite · Sumsonite Verkenner · Prijzen